Een nadere blik op de Europese Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD) | Agoria

Een nadere blik op de Europese Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD)

Afbeelding
Gepubliceerd op 29/09/21 door Charlotte van de Water
Werkt u vooral met Europese regelgeving en bent u op zoek naar hoe de Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD) naar Belgische regelgeving is omgezet? Of bent u helemaal thuis in de gewestelijke maatregelen en juist benieuwd de Europese regelgeving die hieraan ten oorsprong ligt? In dit infofiche vindt u het overzicht van alle artikels in de Richtlijn, de wijze waarop deze werden omgezet naar de Belgische (gewestelijke) regelgeving en bij wie u binnen Agoria terecht kunt voor meer informatie hierover.

Waarom deze Richtlijn?

De Richtlijn stimuleert de verbetering van de energieprestatie van gebouwen, rekening houdend met het binnenklimaat en de kostenefficiëntie van de maatregelen. Het bevat voorschriften naar rekenmethodiek, minimumeisen voor nieuwbouw, voor bestaande gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, voor nieuwe schildelen en voor bepaalde technieken in het gebouw.

De richtlijn legt de deelstaten tevens op om actieplannen op te stellen om het aanbod van bijna-energieneutrale gebouwen uit te breiden. Het introduceerde energiecertificering voor gebouwen en legt de regelmatige keuring van verwarmings- en aircosystemen in gebouwen op, alsook onafhankelijks systemen voor de controle van energieprestatiecertificaten en inspectieverslagen.
 

Impact van de EPBD op de bouwtechnologiesector

De Richtlijn zorgt voor de ontwikkeling van de definities en richtlijnen voor het (ver)bouwen van woningen en niet-residentiële gebouwen. Zo wordt bepaald welke bouwtechnologie wel of niet mag worden meegeteld bij het realiseren van een klimaatneutraal gebouw. De EPBD voorziet hier voornamelijk in via het opleggen vereisten gericht op gebouwen en technische systemen.

Via regelgeving en overheidsinvesteringen worden bouwtechnologieën gestimuleerd of ontmoedigd op basis van hun bijdrage aan de klimaatdoelstelling. De prestatiemethodieken en minimum vereisten die via deze Richtlijn worden ontwikkeld geven de bouwprofessional aan welke bouwtechnologie geselecteerd kan worden om het gebouw klimaatneutraal te maken. Opvolging is daarom interessant om de juiste R&D investeringen voor bouwtechnologie te kunnen bepalen.

Wat staat erin?

De richtlijn bevat de volgende bepalingen:

Gebouwvereisten

  • Rekenmethodiek en minimum vereisten voor de energieprestatie van gebouwen
  • Definitie voor bijna-energieneutrale gebouwen
  • Energieprestatiecertificaten en de vereisten rond implementatie
  • Smart readiness indicator (SRI)

Bouwtechnologische vereisten

  • Technische bouwsystemen
  • Elektromobiliteit
  • Keuring van verwarming en aircosystemen

Beleidsmatige vereisten

  • Langetermijnrenovatiestrategie
  • Financiële stimulansen en marktbelemmeringen
  • Langetermijnrenovatiestrategie
  • Voorziening voor onafhankelijke deskundigen en controlesysteem

Impact van de EPBD op het Belgisch beleid

Europa vraagt van iedere lidstaat om de EPBD-vereisten om te zetten naar nationale regelgeving. In België is dit hoofdzakelijk een gewestelijke bevoegdheid is en wordt dit daarom uitgevoerd door het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ieder gewest heeft hiervoor een algemene basis voor de regelgeving opgesteld met aanvullende uitvoeringsbesluiten voor de implementatie.

In Vlaanderen is deze basis gelegd in het Energiedecreet van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010. In Brussel is dit geregeld via de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing. In Wallonië ligt het Décret relatif à la performance énergétique des bâtiments van 28 novembre 2013 aan de basis.

 

Een nadere blik op de omzetting van de vereisten

Hieronder een korte toelichting op de omzetting van de 10 belangrijkste vereisten:

  1. Lange termijn renovatiestrategie (art. 2)

    De EPBD vraagt iedere lidstaat om een langetermijnstrategie (LTRS) voor de renovatie van het gebouwenpark aan te leveren. Dit plan beschrijft hoe de transitie naar een bijna-energieneutraal gebouwenpark gerealiseerd zal worden. Het bevat o.a. de statistieken over het gebouwenpark, stimuleringsmaatregelen voor klimaatrenovaties en een inschatting van de energiebesparing. De strategie wordt elke 10 jaar opgemaakt als bijlage op het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP).

    Voor de omzetting van de vereisten uit de EPBD (2018) en de Governance Verordening (2018) werd door de gewesten een update van de bestaande renovatiestrategieën uitgewerkt; de lange termijn renovatiestrategie in Vlaams Gewest, de Stratégie Wallonne de rénovation énergétique door het Waals Gewest en de ‘Strategie voor milieu-impact reductie’ door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De strategieën zijn beschikbaar op de website van de Europese Commissie.

    Meer weten? Contacteer Charlotte van de Water.
  2. Methodiek en vereisten voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen (art. 3, 4, 6 en 7)

    De EPBD vraagt lidstaten een beleidsinstrument om een hogere energie-efficiëntie en lagere broeikasgasemissie uitstoot bij nieuwbouw en gelijkwaardige renovaties te realiseren. Zij hebben hiervoor het minimum energieprestatieniveau bepaald dat een gebouw moet behalen en een methodiek ontwikkeld om objectief te kunnen toetsen of een ontwerp wel of niet voldoet.

    In België staat dit instrument bekend als het EPB of PEB. Deze energieprestatieregelgeving wordt momenteel beheerd vanuit het EPB-platform, een samenwerkingsverband van de drie gewesten; ongeveer 90% van de berekeningsmethodiek is hierdoor voor de 3 gewesten gelijk. De gestelde eisen aan de energieprestatie zijn wel specifiek bepaald per gewest. Er zijn aparte methodieken en vereisten bepaald voor residentiële en niet-residentiële gebouwen.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
  3. Technische bouwsystemen (art. 6,7,8)

    De EPBD bevat vereisten voor het stimuleren van energie-efficiëntere technische installaties in gebouwen. Zo moet er worden gezorgd dat energie-efficiëntere alternatieven worden overwogen via een haalbaarheidsanalyse bij nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties. Bij bestaande en nieuwe gebouwen moeten bij het plaatsen, vervangen of upgraden van systemen extra vereisten opgesteld kunnen worden en een temperatuurregelaar per ruimte worden voorzien.

    Indien als gevolg de energieprestatie van het gebouw is gewijzigd, moet de gebouweigenaar op de hoogte worden gesteld en eventueel een nieuw energieprestatiecertificaat wordt uitgevaardigd. Het opstellen van de technische vereisten is grotendeels omgezet via het EPB-beleidskader. Er gelden binnen het EPB beleidskader vereisten voor residentiële, niet-residentiële en industriële gebouwen.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
     
  4. Electromobiliteit (art. 8)

    In de EPBD werden ook vereisten voor het stimuleren van elektromobiliteit opgenomen. Dit omvat het opleggen van vereisten voor oplaadpunten en leidinginfrastructuur voor nieuwbouw en gelijkwaardige renovaties van niet-residentiële gebouwen met een gespecificeerd minimum aantal parkeerplaatsen. Voor residentiële gebouwen moet er leidinginfrastructuur worden aangelegd voor elke parkeerplaats. De uitrol van oplaadpunten en batterijen moet worden vereenvoudigd.

    Binnen het Vlaams Gewest zijn deze vereisten omgezet via het Energiedecreet en het Energiebesluit. In Wallonië werden de vereisten omgezet via het Decreet betreffende de eisen naar elektromobiliteit van 17/12/2020. In Brussel werden de vereisten hoofdzakelijk omgezet via het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de algemene en bijzondere uitbatingsvoorwaarden van toepassing op parkings van 25 februari 2021.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
     

  5. Bijna-energieneutrale gebouwen (art. 9)

    De EPBD vraagt lidstaten om voor een bijna-energieneutraal gebouw een definitie op te maken op basis van het primair energieverbruik uitgedrukt in kWh per vierkante meter bruikbare vloeroppervlakte per jaar. Zij moeten daarnaast zorgen dat alle nieuwe overheidsgebouwen uiterlijk 31 december 2018 en alle nieuwbouw uiterlijk 31 december 2020 aan de definitie voldoen.

    In het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voor een residentiële woning bepaald dat het primaire energieverbruik lager of gelijk moet zijn aan 100 kWh per vierkante meter per jaar. In het Waals Gewest is dit lager of gelijk zijn aan 85 kWh per vierkante meter per jaar. Niet-residentiele gebouwen moeten tegen 2050 klimaatneutraal zijn. 

    Meer weten? Contacteer Charlotte van de Water.
     
  6. Financiële stimulansen (art. 10)

    De EPBD vraagt om financiële maatregelen gericht op energetische renovaties te koppelen aan de energieprestatie van het gebouw. De Richtlijn bevat hiervoor een aantal suggesties, zoals de vereisten voor de installateur, standaardwaarden voor energiebesparing en het aantonen van behaalde verbeteringen via het energieprestatiecertificaat (EPC). Andere opties dan de genoemde zijn ook mogelijk. De vereiste is enkel van toepassing op toekomstige maatregelen.

    Het voorzien van financiële ondersteuning voor energetische renovaties is in België een gewestelijke bevoegdheid. Binnen het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er geen wijzigingen toegepast, omdat aanpassingen om financiële steunmaatregelen al in lijn zijn met de vereiste. Het Waals gewest heeft de tekst vrijwel letterlijk overgenomen in de regelgeving.

    Meer weten? Contacteer Charlotte van de Water.
     
  7. Energieprestatiecertificaten (art. 11, 12, 13)

    Iedere lidstaat is vanuit de EPBD verplicht om een certificatiesysteem voor de energieprestatie van gebouwen op te zetten. Dit bestaat uit een methodiek en een indeling van de energieprestatie in categorieën A+ tot en met G. A+ betekent zeer laag tot geen energieverbruik. Categorie F of G betekent een heel hoog energieverbruik. Dit verbruik is per m2 per jaar.

    Ieder gewest heeft een eigen methodiek en definitie voor de verschillende label categorieën opgemaakt. In het Vlaams Gewest is het energieprestatiecertificaat omgezet als ‘het EPC'. In het Waals Gewest is dit 'la certification PEB' en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ‘le certificat PEB'. Er zijn aparte certificeringsystemen opgemaakt voor residentiële, niet-residentiële en publieke gebouwen.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
     
  8. Inspectievereisten voor verwarmings- en airconditioningssystemen (art. 14, 15)

    In de EPBD zijn ook vereisten opgenomen rond de inspectie van verwarmings- en airconditioningsystemen en combi-systemen met ventilatie met een vermogen vanaf 70 kW en 290 kW. Zo moeten er bijvoorbeeld vanaf 2025 een monitoringssysteem worden voorzien. Er kan voor gekozen worden om ook vereisten te voorzien in residentiële gebouwen.

    In het Vlaams Gewest werd een wijziging op het Energiedecreet doorgevoerd. In Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd een aanvulling gemaakt op de vereisten voor verwarmings- en klimatisatiesystemen. In Wallonië voldeed de regelgeving reeds aan de vereisten en zijn daarom geen aanpassingen gedaan. De optionele maatregelen werden niet overgenomen door de gewesten.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
     
  9. Smart Readiness Indicator (art. 8)

    De Smart Readiness Indicator (SRI) is een nieuw beleidsinstrument dat door de Europese Commissie is uitgewerkt om meer bewustwording rond slimme bouwtechnologie te creëren. De lidstaten mogen kiezen of zij de SRI willen omzetten of niet. In 2020 werden door de Europese Commissie twee Implementing Acts vastgesteld met een definitie en een implementatievoorstel voor de maatregel.

    In de drie gewesten zijn momenteel nog geen concrete plannen voor het implementeren van de Smart Readiness Indicator (SRI). Er wordt in 2021 door de Europese Commissie een aanvullende studie opgestart om de lidstaten te ondersteunen bij de implementatie van de maatregel.

    Meer weten? Contacteer Johan Heyrman.
     
  10. Gebouwenpaspoort

    Het gebouwenpaspoort is een digitale verzamelplaats voor alle (administratieve) gegevens van gebouwen. Het is één van de EPBD maatregelen waarvoor de lidstaten mogen kiezen of zij die willen omzetten of niet. Ter ondersteuning van deze maatregel werd in 2019 door de Europese Commissie de haalbaarheidsstudie EPBD 19a gepubliceerd.

    Het gebouwenpaspoort is in Vlaanderen al sinds 2018 beschikbaar voor residentiële gebouwen in de vorm van de Woningpas. Er wordt gewerkt aan een gebouwenpas voor niet-residentiële gebouwen. Het Waals Gewest werkt aan een gebouwenpas voor residentiële gebouwen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft vanuit het Brussels Energie- en Klimaatplan plannen aangekondigd om een gebouwenpas voor residentiële als niet-residentiële gebouwen te ontwikkelen.

    Meer weten? Contacteer Charlotte van de Water.

Verdere ontwikkeling van de Richtlijn

In het kader van de Renovation Wave, geïnitieerd door Commissie Von der Leyen vanuit de Europese Green Deal, is momenteel een herziening lopende om de Richtlijn in lijn te brengen met de vereisten voor 2050. Vanuit de Richtlijn zelf is een aanvullende herziening gepland voor 1 januari 2026 met speciale aandacht voor de verhoging van energie-efficiëntie via een aanpak op districtsniveau.

Dit is de derde wijziging van de Richtlijn. De eerste versie 2002/91/EC werd integraal vervangen door 2010/31/EU. In 2018 werd het amendement op de Richtlijn 2018/344/EU gepubliceerd naar aanleiding van de herziening die door de Juncker Commissie was opgestart om de vereisten beter aan te laten sluiten om de klimaatdoelstellingen voor 2030.  

Meer weten? Contacteer Charlotte van de Water.

 

Meer weten? Contacteer één van onze experten Charlotte van de Water, Johan Heyrman of Isabel Zaghet.

Was dit artikel nuttig?

Gerelateerde thema's